30 juni 2011 gaat de geschiedenisboeken in als de launch van AMD’s eerste APU voor desktops. Het Llano-platform bevat een nieuwe socket, nieuwe chipsets en natuurlijk nieuwe processors. Vanaf Intels Pentium 4 is AMD altijd de underdog geweest, alleen aan te raden voor de prijs. Dat AMD het niet meer gaat winnen op het vlak van pure processorkracht is inmiddels wel duidelijk. De Californische processorfabrikant gooit het daarom nu over een andere boeg; een serieuze GPU in een processor. Zet dat meer zoden aan de dijk?
De processors & chipsets

Het CPU-gedeelte in de vandaag geïntroduceerde vier Llano-processors is niet spannend, het is namelijk een geoptimaliseerde Athlon X4. De nieuwe socket FM1 heeft 905 pinnetjes en heeft twee chipsets; A55 en A75. Op AMD’s slides over de A75-chipset pronkt FIS-based switching. Dat betekent niets anders dan ondersteuning voor eSATA-hubs, dus dat één eSATA-poort meerdere apparaten kan aansturen.
Daarnaast zijn bij de A55-chipset alle zes de SATA-poorten van het oude SATA-3Gbps type, terwijl alle zes die poorten bij de A75-chipset op de snelheid van SATA-6Gbps werken. Het laatste verschil tussen de twee chipsets is de USB-versie. Beide chipsets hebben in totaal 16 USB-poorten, waarvan tweemaal USB 1.1. Bij de A55-chipset zijn de overige veertien poorten allemaal USB 2.0, bij de A75-chipset zijn er daarvan vier van het USB 3.0-type. Dit lijkt een voordeel, maar in de praktijk valt dat wel mee. Veruit de meeste A55-moederborden zullen immers wel een USB 3.0-chip van bijvoorbeeld Renesas (vroeger NEC) of ASMedia bevatten.
De vandaag geïntroduceerde Llano-processors zijn allemaal quad-cores. De A6-3600 en A6-3650 hebben een AMD Radeon HD 6530D-GPU met 320 shaders en een GPU-klokfrequentie van 443MHz. De A6-3600 draait standaard op 2,1GHz en heeft een Turboklokfrequentie van 2,4GHz. De A6-3650 is standaard geklokt op 2,6GHz, maar heeft geen Turbo-functionaliteit. Voor de A8-processors geldt dit ook, alleen gebruiken die de HD 6550D-GPU met 400 shaders en een klokfrequentie van 600MHz.
Benchmarks

Afkomstig van Anandtech
In de game Crysis Warhead zien we mooie scores. De HD 6550D-GPU rust volledig op het DDR3-geheugen, en daarom is de snelheid erg belangrijk. Tussen geheugen op 1600MHz en 1866MHz zien we al een serieus verschil. Op een resolutie van 1680 bij 1050 pixels met de setting “Performance” zijn dit mooie framerates, en zeker speelbaar. De HD 3000, de GPU in een deel van de Sandy Bridge-processors, haalt nog maar net de helft van de score van een HD 6550D. Een goede losse videokaart, zoals de Radeon HD 5570, blijft nog altijd beter scoren.

Afkomstig van Anandtech
In de Photoshop-benchmark zien we de Athlon II X4 635 en de AMD A8-3850 tegenover elkaar. Die Athlon-processor is eigenlijk de processor die nu in Llano zit met een GPU erbij. In deze processorbenchmark zien we dan ook dat er eigenlijk geen meetbaar verschil is – die 0,2 seconden vallen binnen de foutmarge. De Core i3 2100, de Intel-processor recht tegenover deze A8-3850, wint het op CPU-gebied ruimschoots, ondanks dat het een dual-core processor is.

Afkomstig van Anandtech
In de grafiek hierboven zien we de prestaties van een aantal andere videokaarten. De HD 6450, de HTPC-kaart van AMD, scoort 26 frames per second. De HD 6550D-GPU zet met 43 FPS een mooie score neer. Voor nieuwe systemen wordt de HD 6450 dus eigenlijk in één klap overbodig. De HD 5570, HD 6570 en alle andere courante AMD-videokaarten blijven beter scoren, evenals NVIDIA’s GeForce GT 430.
Echt profijt van duurder geheugen?

Afkomstig van HardwareCanucks
Zoals we al schreven leunt de geïntegreerde GPU zwaar op het geheugen. DDR3-geheugen zoals we dat in PC’s zien is natuurlijk veel langzamer dan GDDR5-geheugen op videokaarten. Daarom loont het flink om te kiezen voor sneller DDR3-geheugen, zoals op 1866MHz. De framerate in F1 2010 gaat van 16 naar 20 als je van 1066MHz naar 1333MHz geheugen gaat, allebei met een CAS latency van acht. Van 1333MHz naar 1600MHz, ook allebei CL8, ga je nog eens naar 23 frames per second. Sneller geheugen, zoals 1600MHz met een CAS latency van zes of 1866MHz-geheugen, heeft geen zin.
Video converteren & energieverbruik
De Intel Quick Sync-technologie in de Sandy Bridge-processors blijft onverslaanbaar op het gebied van het transcoderen van video. In ArcSoft MediaConverter 7 kan een AMD A8-3850 de H.264-film Quantum of Solace converteren naar een iPhone-bestand met 63,7 frames per second. Een Intel Core i3 2105 doet dat met ruim 165 frames per second.
AMD heeft het energiebeheer van de processor flink aangepakt. In idle verbruikt de A8-3850 44 watt, de Core i3 2105 verbruikt bijna 52 watt. Als de GPU de video van hierboven aan het transcoderen is, neemt het verbruik van de AMD-processor toe tot 126 watt. De Core i3 doet het met 85 watt stukken beter. Tijdens een potje Metro 2033 vraagt de A8-3850 wederom 126 watt, terwijl Intel slechts 101 watt nodig heeft. Als je de processor honderd procent belast, bijvoorbeeld met het encoderen van een x264-bestand op de processor zelf, trekt de Llano-processor 123 watt uit de muur. De Core i3 2105 heeft weer een stuk minder stroom nodig; met 88 watt is de processor tevreden.
Conclusie
De geïntegreerde GPU in de Llano-processor is ontegenzeggelijk de snelste IGP ooit. Wil je goedkoop gamen, maar hoef je niet alles op de hoogste instellingen? Dan is dit wat je zoekt. Voor de pure processorkracht moet je rond dit prijssegment bij Intel zijn. Ook voor het hardwarematige encoderen van video is Intel de betere keus.
De AMD A8-3850 is op dit moment beschikbaar vanaf zo’n 125 euro. Voor de A6-3650 vraagt AMD 106 euro. Daarmee is zo’n processor kopen zonder dat je wilt gaan gamen een not done. Zelfs bij AMD heb je voor 125 al een Phenom II X6 1055T, die uiteraard veel meer performance in huis heeft. Ook de Intel Core i3 2105 is met 113 in dat geval een beter alternatief.
€ 106,73
€ 125,31

